
Wet bodembescherming
Artikel 63j
1
Indien een oppervlaktewater onverwijld op diepte moet worden gebracht uit een oogpunt van bevaarbaarheid, inname van water of waterkwantiteitsbeheer en in verband met een onvoorziene lokale verondieping als gevolg van buitengewone hydrodynamische omstandigheden, kan op verzoek ontheffing worden verleend van artikel 28:
a
als er sprake is van een verontreiniging of aantasting als bedoeld in artikel 63a, eerste of tweede lid: door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
b
als er sprake is van een verontreiniging of aantasting als bedoeld in artikel 63d, eerste lid: door gedeputeerde staten.
2
Aan een ontheffing worden de voorschriften verbonden die naar het oordeel van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat onderscheidenlijk gedeputeerde staten in het belang van de sanering van de bodem nodig zijn, welke voorschriften in acht worden genomen door degene aan wie de ontheffing is verleend.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.